Eerst worden de druiven geoogst. Daarna worden de druiven ontsteeld, gekneusd en direct geperst. Hierna vindt de alcoholische gisting plaats. Tijdens deze gisting wordt de suiker die in de druiven zit omgezet in alcohol en koolzuurgas. De jonge wijn wordt nu opgeslagen in de kelder om te rijpen. De tijdsduur en de manier waarop is afhankelijk van het wijntype, het oogstjaar en het inzicht van de wijnmaker. Dit rijpen gebeurt voor witte wijn meestal in een neutrale roestvrij stalen tank, maar soms ook in een eikenhouten vat. Na de rijping wordt de wijn geklaard en gefilterd en gebotteld.
Witte wijn kan worden gemaakt van witte en van blauwe druiven.
De belangrijkste wijngebieden ter wereld liggen op het noordelijk en zuidelijk halfrond tussen de 30e en 50e breedtegraad. Belangrijke wijnlanden in Europa zijn: Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Portugal. Belangrijke wijnlanden buiten Europa zijn: Chili, Zuid-Afrika, Australië en Argentinië. Ook in Nederland wordt wijn gemaakt, maar in vergelijking met de belangrijke wijnlanden op beperkte schaal.
Er is bijna net zolang wijn als de mens bestaat. Het is niet bekend hoe en door wie de wijn is uitgevonden. Al 3000 jaar voor Christus wordt in een geschrift melding gemaakt van de wijnstok. De tekst is afkomstig van de Soemeriërs die in het zuiden van Mesopotamië woonden, in het vruchtbare dal tussen de Eufraat en de Tigris.
| Eenheid | 1.2 |
| Alcohol | 12 % |
| Calorieen | 155 kcal |
| Inhoud standaardglas | 125 ml |